ECLI:NL:GHSHE:2003:AI0496
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- J.W. Verstraate
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding redelijke termijn bij naheffingsaanslag omzetbelasting
De belanghebbende, een ondernemer met een administratie- en belastingadvieskantoor, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tweede kwartaal van 1999, inclusief een boete van 10% wegens niet-betaling. Hij stelde zich onschuldig door te betogen dat de ontvanger van de rijksbelastingdienst de belasting had moeten verrekenen met depotgelden en dat hij uitstel van betaling had gevraagd.
Het hof oordeelde dat de belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdig tot betaling of verrekening was overgegaan, noch dat uitstel was verleend. De boete was terecht opgelegd. De belanghebbende voerde aan dat de boete niet door twee onafhankelijke rechterlijke instanties volledig feitelijk was beoordeeld, maar het hof verwierp dit op grond van jurisprudentie en internationale verdragen.
Wel stelde het hof vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor de boete werd verminderd van 10% naar 9% van de nageheven belasting. De proceskosten werden aan de belanghebbende vergoed, maar een schadevergoeding wegens de bezwaarfase werd afgewezen omdat de overschrijding in de beroepsfase lag.
De uitspraak van het hof vernietigt de bestreden beschikking en vermindert de boete, waarbij de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de belanghebbende.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot 9% van de nageheven belasting wegens overschrijding van de redelijke termijn, met vergoeding van proceskosten aan de belanghebbende.