ECLI:NL:HR:2000:AA6197
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt proceskostenveroordeling in belastingzaak Meststoffenwet 1995
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 1995 een naheffingsaanslag opgelegd op grond van de Meststoffenwet. De aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur en vervolgens vernietigd door het Hof, dat de aanslag ambtshalve had verminderd en een kwijtscheldingsbesluit had gehandhaafd. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het hofuitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep op artikel 2 van Pro het zevende protocol bij het EVRM faalt omdat dit protocol niet door Nederland is geratificeerd. Ook het beroep op artikel 14 lid 5 IVBPR Pro faalt, aangezien dit artikel niet leidt tot een verplichting voor de rechter om een tweede feitelijke instantie in belastingzaken toe te staan. De Hoge Raad vernietigt het hofuitspraak voor zover het de proceskostenveroordeling betreft omdat het hof onterecht oordeelde dat geen proceskostenveroordeling mogelijk was.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing in een meervoudige kamer met inachtneming van dit arrest. De Minister wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en belanghebbende wordt het griffierecht vergoed. Het arrest is op 14 juni 2000 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofuitspraak voor zover het de proceskosten betreft en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.