ECLI:NL:GHSHE:2003:AL8389
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Vermindering van boete wegens te late aangifte inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een boete van fl. 1.750,- wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Hij maakte bezwaar tegen de boete, dat werd afgewezen door de Inspecteur. Het hof behandelde het beroep en stelde vast dat belanghebbende voor het vierde achtereenvolgende jaar te laat was met zijn aangifte.
Het hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd op grond van artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De boete is niet gerelateerd aan het te betalen belastingbedrag of eerdere negatieve aanslagen. Belanghebbende was op de hoogte van de boeteregeling en had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen.
Wel matigde het hof de boete van fl. 1.750,- naar fl. 1.500,- vanwege het tijdsverloop tussen het indienen van het verweerschrift en de zitting, met toepassing van artikel 6 EVRM Pro. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 100,-. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard met gedeeltelijke vermindering van de boete.
Uitkomst: De boete wegens te late aangifte inkomstenbelasting 1999 wordt gematigd van fl. 1.750,- naar fl. 1.500,-.