ECLI:NL:HR:1998:AA2596
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende was in 1989 aanvankelijk aangeslagen voor een belastbaar inkomen van f 273.390,--. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van f 357.390,-- en een verhoging van 100% van de nagevorderde belasting. Deze aanslag en de beschikking inzake heffingsrente werden gehandhaafd door de Inspecteur en het Hof.
In cassatie werd onder meer betwist of de navorderingsaanslag bevoegd was opgelegd, of er sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, of de redelijke termijn was overschreden en vanaf welke datum heffingsrente berekend moest worden. Het Hof oordeelde dat de navorderingsaanslag bevoegd was en dat er een nieuw feit was, maar dat de redelijke termijn niet was overschreden.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte aannam dat het aan belanghebbende was om spoed in de behandeling te vragen en dat de redelijke termijn daardoor niet was overschreden. De zaak heeft meer dan 15 maanden stilgelegen zonder bevredigende verklaring, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert. Daarom werd de navorderingsaanslag verminderd tot een verhoging van 50%.
Daarnaast werden proceskosten aan belanghebbende toegewezen, waaronder griffierechten en kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak van het Hof en de Inspecteur werden vernietigd, behoudens de beschikking inzake heffingsrente.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een verhoging van 50% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.