ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4383
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Koens
- Van Zinnen
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk gezag aan ongehuwde vader ondanks weigering moeder
Uit de relatie van partijen is een kind geboren, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag heeft. De vader verzocht bij de rechtbank om gezamenlijk gezag, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat partijen niet gehuwd zijn en gezamenlijk gezag alleen bij gezamenlijk verzoek mogelijk is volgens art. 1:252 BW Pro.
Het hof oordeelt dat het recht op family life (art. 8 EVRM Pro) ook voor ongehuwde ouders geldt en dat het vereiste van medewerking van de moeder een inbreuk vormt op dit recht, vooral als de weigering misbruik van bevoegdheid is. Het gezamenlijk gezag wordt steeds meer als uitgangspunt gezien in de jurisprudentie en wetgeving.
De moeder weigerde medewerking vanwege verschillen in opvoedingsvisie en financiële kwesties, maar overleg over omgang is mogelijk. Het hof stelt dat er geen gerechtvaardigde belangen zijn om medewerking te weigeren en dat de moeder misbruik maakt van haar bevoegdheid. Daarom verleent het hof de vader vervangende toestemming om het gezamenlijk gezag te verkrijgen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd, het verzoek van de vader wordt toegewezen, en de proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verleent de vader vervangende toestemming om namens de moeder gezamenlijk gezag over het kind te verkrijgen.