ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5248
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van inleggeld voor mestverwerking door coöperatie
Belanghebbende, een coöperatie opgericht in 2000 voor mestverwerking, ontving inleggelden van haar leden die het recht verkregen om mest te laten verwerken met een mobiele installatie. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op wegens het niet belasten van deze inleggelden met omzetbelasting.
Het geschil betrof de vraag of het inleggeld een belaste tegenprestatie voor een dienst is, of dat het een vrijgestelde geldlening betreft. Belanghebbende stelde dat het inleggeld deels een contributie en deels een kapitaalinbreng was, en dat het niet in de heffing van omzetbelasting viel.
Het Hof oordeelde dat het inleggeld in rechtstreeks verband staat met het recht op mestverwerking en daarmee een dienst in de zin van artikel 4 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 vormt. Het gehele inleggeld moet als vergoeding voor die dienst worden aangemerkt. De vrijstelling voor geldleningen is niet van toepassing omdat de inleggelden niet voldoen aan de kenmerken van een lening, zoals terugbetaling en rente.
De naheffingsaanslag werd gehandhaafd op het ambtshalve verminderde bedrag van € 9.797,=. Tevens werd belanghebbende het griffierecht vergoed en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het inleggeld een belaste vergoeding voor een dienst is en handhaaft de naheffingsaanslag van € 9.797,=.