ECLI:NL:GHSHE:2005:AV0087
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over onroerende zaken in box III ondanks geen daadwerkelijk voordeel
De belanghebbende had voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen, waarbij onroerende zaken in box III waren betrokken. De belanghebbende stelde dat deze onroerende zaken niet in box III moesten worden belast omdat hij geen daadwerkelijk voordeel had behaald. De Inspecteur was het hier niet mee eens en handhaafde de aanslag.
Het Hof stelde vast dat de belanghebbende niet tijdig beroep had ingesteld tegen de tweede uitspraak op bezwaar, waardoor dat beroep niet-ontvankelijk was. Wel was het beroep ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de eerste uitspraak op bezwaar. Juridisch overwoog het Hof dat volgens artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 het voordeel forfaitair wordt vastgesteld, ongeacht het daadwerkelijk behaalde voordeel. Dit forfaitaire systeem is bewust door de wetgever gekozen.
Het Hof vernietigde de tweede uitspraak op bezwaar en verklaarde het beroep gegrond voor zover het gericht was tegen de eerste uitspraak. Het beroep werd echter ongegrond verklaard inhoudelijk, omdat het forfaitaire rendement van toepassing is. De belanghebbende kreeg het betaalde griffierecht van €31 vergoed. De uitspraak is een schriftelijke vervanging van een eerder mondelinge uitspraak waartegen beroep in cassatie is ingesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de tweede uitspraak op bezwaar is niet-ontvankelijk, het beroep tegen de eerste uitspraak op bezwaar is ongegrond verklaard en het griffierecht wordt vergoed.