ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0049
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over hoofdprijs oudejaarsloterij in kalenderjaar van winst
Belanghebbende won op 31 december 2004 de hoofdprijs van de oudejaarsloterij ter waarde van €20.000.000. De vraag was of deze prijs tot de rendementsgrondslag aan het einde van 2004 behoort en daarmee belastbaar is in dat jaar.
Belanghebbende stelde dat het bedrag pas op 4 januari 2005 werd bijgeschreven en dat het niet mogelijk was het bedrag in 2004 renderend aan te wenden, waardoor heffing in 2004 in strijd zou zijn met het draagkrachtbeginsel en de economische realiteit. De inspecteur stelde dat de hoofdprijs wel degelijk tot de rendementsgrondslag aan het einde van 2004 behoort.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust een forfaitaire heffing heeft gekozen waarbij het moment van verkrijgen niet relevant is. Het forfaitaire rendement wordt berekend over het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin en het einde van het kalenderjaar. De stelling van belanghebbende dat er pas sprake kan zijn van een belast vermogensbestanddeel indien het renderend kan worden gemaakt, werd verworpen.
Ook het beroep op onredelijkheid van de wet faalde, omdat de rechter de innerlijke waarde of billijkheid van de wet niet mag toetsen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2004 bevestigd.