ECLI:NL:GHSHE:2006:AV1513
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.J. Huige
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk geschil over landbouw- en bosbouwvrijstelling bij grondverkoop
Belanghebbende, een agrariër die samen met zijn broer een landbouwbedrijf exploiteert, verkocht in 1997 percelen grond aan een koper. De kern van het geschil betrof of de landbouwvrijstelling van toepassing was op de winst van fl. 2.873.421 en de bosbouwvrijstelling op de winst van fl. 962.368 uit de verkoop van respectievelijk landbouwgrond en bosgrond.
Het hof oordeelde dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing was omdat op het moment van verkoop de procedure tot vaststelling van het bestemmingsplan voor woningbouw al zo ver gevorderd was dat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat de grond binnen zes jaar buiten landbouwgebruik zou worden aangewend. Ten aanzien van het bosperceel werd geoordeeld dat dit perceel als bosbouwbedrijf moest worden aangemerkt, maar dat de winst uit de verkoop daarvan niet onder de bosbouwvrijstelling viel vanwege de overgang naar een niet-bedrijfsmatige bestemming.
Verder werd vastgesteld dat de winst moest worden belast op basis van de contante waarde van de vordering, berekend met een rente van 5% over drie jaar, zoals door de Inspecteur gesteld. Het hof wees het standpunt van belanghebbende af om de nominale waarde of een lagere rente te hanteren. Tot slot werd belanghebbende een schadevergoeding toegekend voor gemaakte proceskosten en griffierecht. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van fl. 1.760.677.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van fl. 1.760.677 en proceskosten en schadevergoeding worden toegekend aan belanghebbende.