ECLI:NL:GHSHE:2006:AX9659
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Kranenburg
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vorderingen verwachters tegen legataris inzake fideï-commis en Belgische tegoeden
In deze zaak staat centraal de vraag of de verwachters betaling kunnen vorderen van de legataris [A.] ter zake van een legaat uit de nalatenschap van erflater, waarbij een handgeschreven codicil uit België een rol speelt. De erflaatster was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met erflater, die kinderloos waren. De nalatenschappen en de huwelijksgemeenschap zijn nog niet verdeeld.
De legataris [A.] heeft kort na het overlijden van erflater Belgische tegoeden ter waarde van €451.860,11 opgenomen. De verwachters vorderen betaling van dit bedrag en stellen dat het codicil nietig is en dat [A.] onrechtmatig heeft gehandeld en ongerechtvaardigd is verrijkt. De rechtbank wees deze vorderingen af, en het hof bekrachtigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat het codicil rechtsgeldig is volgens het Haags Testamentvormenverdrag, omdat het in België is opgemaakt. De verwachters zijn geen erfgenamen van erflater en hebben geen belang bij de vorderingen, die alleen de verhouding tussen de erven en [A.] raken. De afspraken tussen de verwachters en de erven binden [A.] niet. Er is geen bewijs van schade of onrechtmatig handelen jegens de verwachters. De vorderingen worden daarom afgewezen en de kosten worden aan de verwachters opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van de verwachters af wegens gebrek aan belang en rechtsgeldigheid van het codicil.