ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6065
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. van der Voort
- C.A. Blokx-van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderkorting voor broers als pleegkinderen in belastingzaak
Belanghebbende, een asielzoeker uit Afghanistan, verzorgde en voedde sinds 2000 zijn twee broers op, die ook naar Nederland waren gekomen. Hij ontving een pleegzorgvergoeding, maar geen kinderbijslag. Belanghebbende vroeg om toepassing van diverse belastingkortingen voor pleegkinderen, waaronder kinderkorting en alleenstaande ouderkorting.
De Inspecteur wees deze verzoeken af, stellende dat de broers geen pleegkinderen zijn in de zin van de Wet IB 2001. Het hof bevestigde dit standpunt. Volgens vaste jurisprudentie moet een pleegkind worden opgevoed als een eigen kind, waarbij de belastingplichtige de ouderlijke rol vervult. Omdat belanghebbende zelf verklaarde niet het gezag over zijn broers te voeren en de relatie tussen broers niet gelijkgesteld kan worden aan die tussen ouder en kind, is niet voldaan aan deze opvoedingseis.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak benadrukt het belang van de juridische definitie van pleegkind in belastingzaken en bevestigt dat alleen een ouder-kindrelatie recht geeft op de betreffende kortingen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat zijn broers niet als pleegkinderen worden aangemerkt voor belastingkortingen.