ECLI:NL:HR:1996:AA1763
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek buitengewone last voor levensonderhoud neef als pleegkind
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 83.434,--. Tegen de aanslag en het daarop volgende bezwaar werd beroep ingesteld bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Belanghebbende stelde dat de kosten voor het levensonderhoud en de studiekosten van een bij haar inwonende neef als buitengewone last in aftrek konden worden gebracht, omdat hij als pleegkind moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad overweegt dat pleegkinderen in de zin van artikel 46 van Pro de Wet inkomstenbelasting 1964 degenen zijn die door de belastingplichtige worden onderhouden en opgevoed als eigen kind, of in het verleden als eigen kind zijn opgevoed. Het enkel voorzien in levensonderhoud is onvoldoende. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de neef niet als pleegkind kan worden aangemerkt, mede gelet op zijn leeftijd, het karakter van zijn verblijf en de bestaande band met zijn natuurlijke ouders.
Belanghebbende voerde tevens een beroep op opgewekt vertrouwen aan, omdat de Inspecteur in het voorgaande jaar 1991 deze kosten wel als aftrekpost had geaccepteerd. De Hoge Raad oordeelt dat dit geen beletsel vormt voor een ander standpunt in het onderhavige jaar. Het cassatieberoep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de kosten voor levensonderhoud van de neef niet als buitengewone last aftrekbaar zijn.