ECLI:NL:GHSHE:2006:AY6463
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Grapperhaus
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek heropening arbeidsgeschil wegens vermeend bedrog
In deze zaak stond centraal of het appelverbod op de beslissing tot heropening van het geding doorbroken kon worden omdat de kantonrechter fundamentele rechtsbeginselen had geschonden. De kantonrechter had het verzoek tot heropening van het geding aanstonds afgewezen zonder de verzoeker te horen, wat in strijd is met art. 279 Rv Pro.
Het hof oordeelde dat deze schending van art. 279 Rv Pro een doorbreking van het appelverbod oplevert, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is. Inhoudelijk werd het verzoek tot heropening beoordeeld aan de hand van de stelling dat de wederpartij in de eerdere procedure bedrog zou hebben gepleegd.
Het hof stelde vast dat de verzoeker onvoldoende stukken had overgelegd ter onderbouwing van het bedrog, met name ontbraken belangrijke processtukken uit de strafzaak die als bewijs dienden. De kantonrechter had daarom terecht het verzoek tot heropening geweigerd. Het hof verwierp het beroep en veroordeelde de verzoeker in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verwierp het beroep tot heropening wegens onvoldoende onderbouwing van het bedrogverweer en veroordeelde verzoeker in de proceskosten.