ECLI:NL:GHSHE:2006:AY8252
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- A. de Lange
- E.S.G.N.A.I. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens belastingaangifte met valse administratie
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het opzettelijk doen van onjuiste aangiften voor de omzetbelasting en het voorhanden hebben van een valse en/of vervalste bedrijfsadministratie. Het hof onderzocht ambtshalve of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging op grond van artikel 225, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, mede gelet op de vervolgingsuitsluitingsgrond in artikel 69, vierde lid van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR).
Het hof stelde vast dat het feit waarvoor verdachte kon worden vervolgd tevens viel onder de strafbaarstellingen van artikel 69, eerste en tweede lid van de AWR. Hierdoor was vervolging op grond van artikel 225 Sr Pro uitgesloten en werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor het tenlastegelegde onder 2. Verdachte werd wel strafbaar gehouden voor feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, gepleegd in de periode van januari 2000 tot en met april 2002.
Bij de straftoemeting hield het hof rekening met de ernst van het feit, de langdurige periode van de overtredingen, het benadelingsbedrag van circa 900.000 gulden en eerdere veroordelingen van verdachte. De straf werd vastgesteld op 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij verdachte gedeeltelijk werd vrijgesproken van andere tenlasteleggingen.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor vervolging op grond van artikel 225 Sr en veroordeelt verdachte tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.