ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ1739
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Peeters
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijk verklaring OM wegens strijd vervolging met artikel 69 AWR bij valsheid in bedrijfsadministratie
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de vervolging van verdachte wegens het opnemen van valse facturen in de bedrijfsadministratie terecht kon plaatsvinden op grond van artikel 225 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelde vast dat het voeren van een onjuiste administratie, zoals bedoeld in artikel 68 lid 1 onder Pro d AWR, strafbaar is gesteld in artikel 69 lid 1 AWR Pro.
De verdediging voerde aan dat vervolging op grond van artikel 225 Sr Pro niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat dit strijdig zou zijn met artikel 69 lid 4 AWR Pro, dat vervolging op grond van artikel 225 lid 2 Sr Pro uitsluit indien het feit ook onder artikel 69 AWR Pro valt. De rechtbank onderzocht of deze vervolgingsuitsluitingsgrond ook van toepassing was op artikel 225 lid 1 Sr Pro en oordeelde dat het feit zoals gepleegd onder artikel 69 AWR Pro valt.
De rechtbank concludeerde dat het voeren van een onjuiste bedrijfsadministratie met valse facturen automatisch leidt tot het voorhanden hebben van valse geschriften in de zin van artikel 225 Sr Pro. Daarom is vervolging op grond van artikel 225 Sr Pro uitgesloten en verklaarde de rechtbank het OM niet ontvankelijk in de vervolging. Dit laat onverlet dat in andere situaties, bijvoorbeeld wanneer een accountant valse facturen opneemt, vervolging op grond van artikel 225 Sr Pro wel mogelijk kan zijn.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging wegens strijd met artikel 69 lid 4 AWR.