ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8736
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- M.J.W.M. Ellis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing ABP-pensioen bij woonplaats in Duitsland op grond van belastingverdrag
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, ontving in 2002 een AOW-uitkering en een ABP-pensioen uit Nederland. Hij claimde een vrijstelling van belastingheffing in Nederland op grond van artikel 12, tweede lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland, omdat het pensioen wordt uitgekeerd door de privaatrechtelijke Stichting Pensioenfonds ABP.
De Inspecteur weigerde deze vrijstelling, stellende dat Nederland het heffingsrecht behoudt. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van het verdrag, met name of het pensioen wordt betaald door een publiekrechtelijke instelling, wat het heffingsrecht aan Nederland zou toewijzen.
Het hof oordeelde dat de term 'publiekrechtelijke instelling' niet eenduidig is en dat het feit dat het ABP is geprivatiseerd en het pensioen wordt uitgekeerd door een privaatrechtelijke stichting niet betekent dat het heffingsrecht aan Duitsland toekomt. Het hof volgde de eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad en wees het beroep af.
Het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 25 oktober 2006.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting over het ABP-pensioen wordt ongegrond verklaard.