ECLI:NL:PHR:2009:BF7264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over pensioenuitkeringen voormalig griffier Internationaal Gerechtshof
Belanghebbende, voormalig griffier van het Internationaal Gerechtshof, ontving pensioenuitkeringen die door de Inspecteur tot het belastbare inkomen werden gerekend. Het geschil betrof de vraag of deze uitkeringen vrijgesteld zijn van belasting op grond van artikel 32 van Pro het Statuut van het Internationaal Gerechtshof.
Het Hof oordeelde dat noch de tekst noch de strekking van artikel 32 van Pro het Statuut een vrijstelling voor pensioenuitkeringen inhoudt. Ook de verklaringen van opeenvolgende Presidenten van het Gerechtshof en brieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken konden geen rechtens te beschermen vertrouwen opleveren. De pensioenuitkeringen zijn derhalve belast.
De Hoge Raad bevestigt dat pensioenuitkeringen niet zijn vrijgesteld en dat de aanspraken tot het loon behoren. Voor aanspraken opgebouwd vóór 1 januari 1995 geldt overgangsrecht op grond van artikel 38 Wet Pro LB 1964, waardoor die uitkeringen zijn vrijgesteld. Voor latere aanspraken geldt de saldomethode van de Wet IB 1964 en Wet IB 2001, waarbij rekening wordt gehouden met niet-aftrekbare werknemersbijdragen. De zaak wordt verwezen naar een verwijzingshof voor de vaststelling van het belastbare bedrag.
Uitkomst: Pensioenuitkeringen van voormalig griffier Internationaal Gerechtshof zijn belastbaar en niet vrijgesteld op grond van artikel 32 Statuut; toepassing overgangsrecht Wet LB 1964 bevestigd.