ECLI:NL:HR:2008:BB4366
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffingsrecht Nederland over overheidspensioen volgens belastingverdrag met Duitsland
Belanghebbende, een Duitse staatsburger geboren in 1933, was van 1975 tot 1998 werkzaam bij een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en ontving in 2002 een pensioen van de Stichting Pensioenfonds ABP. De vraag was welk land het heffingsrecht heeft over dit pensioen volgens het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland uit 1956.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat Nederland het heffingsrecht toekomt op grond van artikel 12, lid 2, van het verdrag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt de uitleg van het Hof en verwijst naar een eerder arrest uit 1994 waarin is vastgesteld dat het heffingsrecht bij Nederland ligt indien het pensioen is opgebouwd in overheidsdienst en wordt betaald door een staat of publiekrechtelijke rechtspersoon. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van deze uitleg, mede gelet op het voorwerp en doel van het belastingverdrag. Er worden geen proceskosten toegewezen en het arrest wordt in het openbaar uitgesproken op 5 december 2008.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het heffingsrecht over het pensioen komt toe aan Nederland.