ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2766
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- F. van Beuge
- B.F. de Poorter
- R.R. Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding advocaatkosten in beklagprocedure op grond van art. 591a Sv
In deze zaak verzocht de verzoeker om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand gemaakt in een beklagprocedure ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. De beklagprocedure betrof een afwijzing van een klacht ex artikel 12 Sv Pro en het verzoek om vervolging van de verzoeker te gelasten.
Het hof overwoog dat het begrip 'zaak' in artikel 591a Sv ziet op strafprocedures en niet op beklagprocedures, die een eigen karakter hebben en niet als onderdeel van een strafprocedure kunnen worden beschouwd. Tevens wees het hof op de limitatieve opsomming in artikel 591, vijfde lid, Sv, waarin de beklagprocedure niet is opgenomen.
De advocaat-generaal had aanvankelijk geadviseerd de verzoeker ontvankelijk te verklaren, maar in raadkamer werd dit herzien naar niet-ontvankelijkheid, mede vanwege uitspraken van andere gerechtshoven. Het hof concludeerde dat een extensieve interpretatie van 'gewezen verdachte' om ook de beklaagde in een beklagprocedure te omvatten, niet gerechtvaardigd is.
Daarmee is er geen wettelijke grondslag voor vergoeding van advocaatkosten in beklagprocedures en wordt het verzoek van de verzoeker afgewezen. Dit voorkomt ongelijke behandeling tussen partijen in de beklagprocedure en sluit aan bij het wezenlijke verschil tussen strafzaken en beklagprocedures.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van advocaatkosten in de beklagprocedure wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.