ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2973
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt boete wegens te late indiening aangifte inkomstenbelasting 2001 ondanks betwisting tijdigheid
Belanghebbende kreeg uitstel tot 1 maart 2003 voor het indienen van zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001. Na het niet tijdig indienen ontving hij een aanmaning met een uiterste inleverdatum van 27 mei 2003. Belanghebbende stelde dat hij de aangifte op 23 mei 2003 had verzonden, ondersteund door een stempel van zijn gemachtigde, en dat een medewerker van de belastingdienst telefonisch had bevestigd dat de aangifte tijdig was ontvangen.
De Inspecteur stelde dat de aangifte pas op 4 juni 2003 was binnengekomen, wat leidde tot oplegging van een boete wegens derde verzuim. De Inspecteur betwistte de juistheid van de stempel en de verklaring van de medewerker. Het hof onderzocht de registratieprocessen binnen de Belastingdienst en concludeerde dat de aangifte op 28 mei 2003 was ontvangen, wat na de uiterste datum was.
Het hof overwoog dat de door belanghebbende gestelde telefonische bevestiging niet als een bindende toezegging kon worden aangemerkt en dat er geen sprake was van schade door onjuiste voorlichting. Belanghebbende droeg het risico van vertraging bij verzending. Gezien de omstandigheden matigde het hof de boete van € 567,- tot € 500,-. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur vernietigd.
Uitkomst: De boete wegens te late indiening van de aangifte inkomstenbelasting 2001 wordt gehandhaafd en gematigd tot € 500,-.