ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2974
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- A.J. van Soest
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van arbeidsbeloning in voorperiode bij oprichting vennootschap
Belanghebbende bracht zijn eenmanszaak in bij oprichting van een holding en werkmaatschappij op 31 mei 2001. Voorafgaand was in een voorovereenkomst bepaald dat de resultaten vanaf 1 januari 2001 voor rekening van de nog op te richten vennootschap zouden komen. In zijn aangifte nam belanghebbende geen voordeel op voor de werkzaamheden verricht in de periode van 1 januari 2001 tot oprichting.
Het geschil betrof de vraag of een zakelijke vergoeding van f 26.000,- (ongeveer €11.798,29) voor deze voorperiode als resultaat uit overige werkzaamheden bij belanghebbende moest worden belast. Partijen waren het eens over het bedrag, maar verschilden over de fiscale kwalificatie.
Het hof oordeelde dat de beloning voor arbeid in de voorperiode tot het resultaat uit overige werkzaamheden behoort, conform het winstregime van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het feit dat belanghebbende als toekomstig aandeelhouder afzag van deze beloning, kwalificeert als een informele kapitaalstorting. Daarom moet het bedrag van f 26.000,- worden belast bij belanghebbende.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van f 62.734,-. Tevens veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van f 62.734,- en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.