ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6242
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Huijbers-Koopman
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inning verpande rekening-courantvordering door bank na opzegging kredietovereenkomst
Appellant, directeur en grootaandeelhouder van twee vennootschappen, werd aangesproken door de bank voor betaling van een verpande rekening-courantvordering. De bank had de kredietovereenkomst met de vennootschappen opgezegd vanwege ernstige financiële problemen en openstaande schulden. Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder de ongeldigheid van de pandakte en de onrechtmatigheid van de inning door de bank.
Het hof oordeelde dat de pandlijstakte, hoewel niet geregistreerd, rechtsgeldig was en voldoende bepaaldheid bood over de verpande vorderingen. De bank had bovendien een volmacht om de vorderingen namens appellant in pand te geven. De stellingen van appellant over verrekening van tegenvorderingen faalden omdat deze vorderingen niet uit dezelfde rechtsverhouding voortvloeiden als de verpande rekening-courantvordering.
Ook het betoog dat de bank misbruik zou maken van haar bevoegdheid tot opzegging en inning werd verworpen, mede omdat de vennootschappen niet tegen de opzegging hadden geprotesteerd en de omstandigheden ernstig waren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde appellant in de proceskosten en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de bank terecht de verpande rekening-courantvordering op appellant mag innen en wijst alle grieven van appellant af.