ECLI:NL:GHSHE:2007:BA9555
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Lamers
- Van Zinnen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie per 1 oktober 2004 wegens samenwoning vrouw
Partijen zijn op 20 december 1967 gehuwd en zijn op 9 juli 2001 definitief gescheiden. Tijdens de echtscheidingsprocedure is overeengekomen dat de man partneralimentatie zou betalen aan de vrouw, vastgesteld op ƒ115.000 per jaar, later geïndexeerd tot €4.897,62 per maand. De man verzocht wijziging van deze alimentatie met terugwerkende kracht, stellende dat de oorspronkelijke alimentatie niet in overeenstemming was met zijn draagkracht en dat de vrouw sinds 1 oktober 2004 samenwoonde met een ander, waardoor zijn onderhoudsverplichting zou zijn geëindigd.
De rechtbank kende een gedeeltelijke wijziging toe en stelde de alimentatie vanaf 1 oktober 2004 op nihil wegens samenwoning. Het hof vernietigt deze beschikking, stelt vast dat de onderhoudsverplichting van de man ten opzichte van de vrouw met ingang van 1 oktober 2004 van rechtswege is geëindigd en wijst het overige verzoek af. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van grove miskenning van wettelijke maatstaven bij de oorspronkelijke alimentatie en dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2001 een onjuist inzicht had in zijn financiële situatie.
Verder oordeelt het hof dat de man te laat is met zijn wijzigingsverzoek gekomen en dat de vrouw niet hoefde te rekenen op terugwerkende kracht van wijziging. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw is per 1 oktober 2004 van rechtswege geëindigd en het overige verzoek tot wijziging wordt afgewezen.