ECLI:NL:PHR:2008:BD4377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugwerkende wijziging partneralimentatie na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van partneralimentatie na hun echtscheiding in 2001. De man verzocht in 2005 om de alimentatie met terugwerkende kracht te verlagen of te beëindigen, onder meer omdat de vrouw in 2001 beschikte over een aanzienlijk vermogen uit de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank had de alimentatie verlaagd, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek van de man af, behalve dat de onderhoudsverplichting eindigde toen de vrouw in 2004 ging samenwonen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht geen terugwerkende verlaging toekende, mede omdat de man lang had gewacht met zijn verzoek en de vrouw erop mocht vertrouwen dat de alimentatie niet met terugwerkende kracht zou worden gewijzigd. Het hof hoefde geen nader onderzoek te doen naar de financiële omstandigheden van partijen voor de periode 2001-2004, omdat rechtsverwerking een belemmering vormde voor terugwerkende wijziging.
De Hoge Raad benadrukte het belang van behoedzaamheid bij terugwerkende alimentatiewijzigingen, gezien de mogelijke financiële problemen voor de onderhoudsgerechtigde. De conclusie is dat het beroep van de man wordt verworpen en de alimentatieverplichting blijft ongewijzigd voor de betreffende periode.
Uitkomst: Het verzoek tot terugwerkende verlaging van partneralimentatie wordt afgewezen vanwege rechtsverwerking.