ECLI:NL:GHSHE:2007:BB3459
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-Van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank inzake verjaring en onderhandelingen aansprakelijkheidsverzekering
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er sprake was van onderhandelingen tussen appellant en Fortis die de verjaring van de vordering konden stuiten op grond van artikel 10 lid 5 WAM Pro. Appellant stelde dat correspondentie en onderzoeken van CED Schadeonderzoek B.V. en ARAG hierover duidelijkheid boden.
Het hof oordeelde dat de brief van CED Schadeonderzoek B.V. van 2 mei 2000 niet als reactie van Fortis kon worden beschouwd en dat uit de correspondentie tussen ARAG en appellant niet bleek dat Fortis zich ondubbelzinnig had verbonden tot nakoming. Integendeel, uit de brieven bleek dat Fortis de aanspraak had afgewezen en daarvan niet was teruggekomen.
Het beroep van appellant op onderhandelingen en stuiting van verjaring faalde daarom. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank onder aanvulling en verbetering van de gronden en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 4 september 2007, waarbij de grieven van appellant werden verworpen en het eerdere vonnis werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af wegens ontbreken van onderhandelingen die de verjaring stuiten.