ECLI:NL:HR:2009:BI8502
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring bij verzoekschrift voorlopig deskundigenonderzoek in aansprakelijkheidszaak
In deze zaak vordert eiser vergoeding van schade als gevolg van een motorongeval waarbij eiser stelt dat een bestuurder van een personenauto onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bekrachtigde dit vonnis met de motivering dat het beroep op verjaring gegrond was.
Centraal staat de vraag of het indienen van een verzoekschrift tot voorlopig deskundigenonderzoek, vóórdat een geding aanhangig is gemaakt, kan worden aangemerkt als een daad van rechtsvervolging die de verjaring stuit volgens art. 3:316 BW Pro. De Hoge Raad bevestigt dat dit niet het geval is, omdat een dergelijk verzoekschrift slechts dient om informatie te verkrijgen ter beoordeling van de kansen in een eventueel te voeren geding.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat het indienen van een dergelijk verzoekschrift niet gelijkgesteld kan worden met het in onderhandeling treden met de verzekeraar in de zin van art. 10 lid 5 WAM Pro, en dat een enkele eenzijdige handeling niet voldoende is om stuiting van verjaring te bewerkstelligen.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat eiser niet heeft aangetoond dat er onderhandelingen hebben plaatsgevonden of dat er een ondubbelzinnige mededeling is gedaan dat het recht op nakoming werd voorbehouden. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.