ECLI:NL:PHR:2009:BI8502
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring bij verzoek voorlopig deskundigenonderzoek in WAM-zaken
In deze zaak staat centraal of het indienen van een verzoekschrift tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht stuitend werkt op de verjaring van een schadevordering op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM).
De eiser liep in 1999 een ongeval met zijn motorfiets op, waarbij hij letsel opliep. Hij vermoedde dat een auto, bestuurd door betrokkene 1 en verzekerd bij Fortis, betrokken was bij het ongeval. Na een deskundigenonderzoek en diverse procedures stelde Fortis zich op het standpunt dat de vordering verjaard was. Het hof oordeelde dat het indienen van een verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek geen daad van rechtsvervolging is en dat er geen sprake was van onderhandelingen in de zin van art. 10 lid 5 WAM Pro die de verjaring stuiten.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat een dergelijk verzoekschrift een eenzijdige handeling is en niet gelijkgesteld kan worden met het instellen van een eis of het voeren van onderhandelingen. Ook kan het verzoek niet als een schriftelijke mededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW Pro worden beschouwd die de verjaring stuit. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af.
Deze uitspraak benadrukt de strikte criteria voor stuiting van verjaring in WAM-zaken en het onderscheid tussen voorlopige procedures en daadwerkelijke rechtsvorderingen of onderhandelingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het indienen van een verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek stuit de verjaring niet.