ECLI:NL:GHSHE:2007:BB5272
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs val door richel op weg met hoogteverschil
De zaak betreft een fietser die op 30 april 1998 op de Heesbergstraat ten val kwam en ernstig hersenletsel opliep. De fietser stelde dat hij viel door een richel in de weg, een hoogteverschil van enkele centimeters tussen verschillende lagen van de weg, waarvoor de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk zou zijn op grond van artikel 6:174 BW Pro.
De gemeente betwistte zowel het gevaarlijke gebrek van de weg als de toedracht van het ongeval. Het hof oordeelde dat het aan de fietser was om de toedracht van het ongeval te bewijzen, omdat de gemeente niet alleen het gebrek betwistte maar ook dat de fietser daadwerkelijk door de richel ten val was gekomen. De omkeringsregel was daarom niet van toepassing.
Hoewel diverse rapporten en verklaringen een verband tussen de richel en het ongeval aannemelijk maakten, ontbrak het aan direct bewijs en een positieve verklaring van de fietser zelf. Zijn herinneringen waren beperkt en deels tegenstrijdig. Het hof concludeerde dat de toedracht niet vaststond en wees de vordering af. De eerdere vonnissen werden vernietigd en de fietser werd veroordeeld in de proceskosten en tot restitutie van door de gemeente betaalde bedragen.
Uitkomst: De vordering van de fietser wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat hij door de richel ten val is gekomen.