ECLI:NL:HR:2000:AA7914
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over merkelijke schuld bij brand in bedrijfspand en verwijst zaak terug
De zaak betreft een brand op 17 augustus 1993 in een bedrijfspand van [verweerster], die twee verzekeringen had afgesloten bij Amev. De brand veroorzaakte aanzienlijke schade aan roerende zaken en bedrijfsschade. De verzekeraar Amev weigerde schadevergoeding op grond van artikel 294 van Pro het Wetboek van Koophandel, omdat zij stelde dat de brand het gevolg was van merkelijke schuld van de verzekerde.
De Rechtbank wees de vordering van [verweerster] af wegens merkelijke schuld, maar het Hof Amsterdam oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat de brand door onzorgvuldig gedrag van [verweerster] was ontstaan. Het Hof wees het verweer van Amev dat sprake zou zijn van brandstichting af en achtte de vordering in beginsel toewijsbaar.
De Hoge Raad overweegt dat de bewijslast voor merkelijke schuld en het causaal verband bij de verzekeraar ligt, en dat het Hof ten onrechte niet heeft onderzocht of het gebruik van een kunststof vuilcontainer zonder zelfsluitend metalen deksel als merkelijke schuld kan worden aangemerkt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van merkelijke schuld.