ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7389
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aansprakelijkheid moedermaatschappijen voor faillissement Deco Tricot en schade werknemers
In deze civiele zaak hebben voormalige werknemers van Deco Tricot, vertegenwoordigd door appellanten, gevorderd dat moedermaatschappijen binnen het concern, waaronder Fredebel en Debelma, hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor materiële en immateriële schade veroorzaakt door het faillissement van Deco Tricot. De werknemers stelden dat Deco Tricot bewust een faillissement heeft aangevraagd om reorganisatiekosten te vermijden en zo hun arbeidsrechtelijke bescherming te ontlopen.
De rechtbank wees deze vorderingen af wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof stelde vast dat Deco Tricot al jaren verlies leed, mede door hoge loonkosten en concurrentie van buitenlandse en illegale ateliers. Er was geen bewijs dat het faillissement onnodig of met het doel om werknemers te benadelen was aangevraagd.
Verder verwierp het hof het beroep op verjaring door de moedermaatschappijen, oordeelde dat de stelplicht en bewijslast bij de werknemers lagen, en dat zij onvoldoende feiten hadden gesteld om onrechtmatig handelen aan te tonen. Ook werden eerdere jurisprudentie en vergelijkbare zaken besproken en niet van toepassing geacht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.