ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5429
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.H.W.M. Sterk
- A.R.O. Mooy
- J.W. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep
In oktober 2006 trof de politie verdachte samen met 25 anderen aan in een loods waar bijna 3500 kilogram hennep werd verwerkt. Verdachte had gedurende ongeveer zeven uur de hennep aanwezig, zonder zeggenschap of kennis vooraf over de illegale aard van de werkzaamheden. De verdediging voerde noodtoestand aan, maar het hof verwierp dit omdat er geen bewijs was dat verdachte fysiek werd gedwongen te blijven.
Het hof stelde vast dat het begrip 'aanwezig hebben' in de Opiumwet geen eisen stelt aan beschikkingsbevoegdheid of wetenschap. Uit verklaringen en omstandigheden volgde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde betrokken te zijn bij illegale hennepverwerking, waarmee voorwaardelijk opzet werd aangenomen.
De strafmaat werd bepaald aan de hand van landelijke rechterlijke oriëntatiepunten voor het telen van hennep, waarbij het hof het telen als ernstiger beschouwde dan het enkel aanwezig hebben. Op basis van de hoeveelheid hennep en de duur van het aanwezig hebben, beperkte het hof de straf tot 6 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden en het incidentele karakter van de betrokkenheid.
Verdachte werd vrijgesproken voor de hennep buiten de loods wegens gebrek aan bewijs van machtssfeer. De inbeslaggenomen hennep en scharen werden onttrokken aan het verkeer, terwijl de vordering tot verbeurdverklaring werd afgewezen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht met deze strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het medeplegen van het aanwezig hebben van circa 3484,5 kilogram hennep.