ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6179
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- V. van Daalen-Mannaerts
- G.J. van Muijen
- A. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekverbod geldboeten in inkomstenbelasting en mogelijke schending IVBPR artikel 26
Belanghebbende, een voormalige veemestondernemer, werd in 1999 veroordeeld tot een geldboete vanwege het toedienen van verboden groeibevorderaars aan runderen. Hij bracht deze boete in mindering op zijn belastbaar inkomen over 2001, wat leidde tot een correctie door de Inspecteur en daaropvolgend bezwaar en beroep.
Het geschil betrof de vraag of het aftrekverbod voor geldboeten opgelegd door een Nederlandse strafrechter in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), dat discriminatie verbiedt. Belanghebbende stelde dat het aftrekverbod discriminatoir is, omdat het niet geldt voor buitenlandse geldboeten en dat de boete gelijkgesteld moet worden aan een maatregel van onttrekking aan het verkeer.
Het hof oordeelde dat er geen sprake is van feitelijk en rechtens gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld en dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor het aftrekverbod. De parlementaire geschiedenis toont aan dat de wetgever het leedtoevoegend karakter van geldboeten als reden zag om aftrekbaarheid uit te sluiten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het aftrekverbod van geldboeten in de Wet IB zonder schending van artikel 26 IVBPR.