ECLI:NL:RBHAA:2006:AX7112
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Snitker
- L.F. Roseval
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid doorbelasting deel geldboete Europese Commissie inzake kartelafspraken in winstbelasting
Eiseres, onderdeel van het F-concern, werd door G KG, een Duitse concernonderdeel, geconfronteerd met een doorbelasting van een geldboete opgelegd door de Europese Commissie wegens deelname aan kartelafspraken op de markt voor [x-producten]. De boete was opgelegd aan G KG, maar mede gebaseerd op de omzet van alle concernonderdelen, waaronder eiseres. Verweerder weigerde de doorbelasting in aftrek te nemen bij de winstbepaling van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de kartelafspraken een ernstige inbreuk op artikel 81 EG Pro vormden en dat eiseres daadwerkelijk economisch voordeel had genoten van deze verboden gedragingen. Hoewel de boete niet rechtstreeks aan eiseres was opgelegd, was zij mede verantwoordelijk binnen het concern. De doorbelasting van het boetebedrag aan eiseres was zakelijk gemotiveerd en daarom een kostenpost van de onderneming.
De rechtbank maakte onderscheid tussen het leedtoevoegende en het voordeelontnemende karakter van de boete. Het nationale recht sluit aftrek van geldboeten uit, maar de Europese boete bevat ook een voordeelontnemend element dat gericht is op het ontnemen van illegaal verkregen voordelen. Dit voordeelontnemende deel behoort volgens de rechtbank wel in aftrek te worden toegelaten. De boete moest daarom schattenderwijs worden gesplitst. De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en matigde de aanslag tot het belastbaar bedrag exclusief het voordeelontnemende deel van de boete.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het voordeelontnemende deel van de doorbelasting van de Europese geldboete aftrekbaar is bij de winstbepaling van eiseres.