ECLI:NL:GHSHE:2008:BD3367
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergrijpboete wegens overschrijding voorlopige S&O-afdrachtverminderingen
Belanghebbende, een metaalbewerkingsbedrijf in de vorm van een vennootschap onder firma met circa zeven werknemers, bracht in 2002 in haar kwartaalaangiften voorlopige S&O-afdrachtverminderingen in mindering die het definitieve bedrag met meer dan 20% overschreden. De Inspecteur legde daarop een vergrijpboete van 50% van het verschil op wegens (voorwaardelijke) opzet. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de boetebeschikking.
In hoger beroep stelt het hof vast dat belanghebbende niet besefte dat het verboden was de voorlopige S&O-afdrachtverminderingen met meer dan 20% te overschrijden, maar wel wist dat de werkelijk gewerkte S&O-uren lager waren dan in de S&O-verklaring was opgenomen. Het hof oordeelt dat opzet aanwezig is in de zin dat het aan belanghebbende is te wijten dat de overschrijding heeft plaatsgevonden, zonder dat boos opzet vereist is.
Het hof vindt de boete van 50% van het nageheven bedrag echter disproportioneel, mede omdat belanghebbende in de eindaangifte de juiste bedragen heeft vermeld en de maatschappelijke schade daardoor beperkt is. Ook wijst het hof op het ontbreken van waarschuwingen door adviseurs en de accountant. Verder is sprake van undue delay omdat de procedure meer dan vier jaar duurde zonder bijzondere omstandigheden. Daarom vermindert het hof de boete tot € 2.250.
Het hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze de boete betreft, verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond, en vermindert de boete. Proceskosten worden niet toegewezen aan belanghebbende omdat zij hier niet om heeft verzocht.
Uitkomst: Boete wegens opzet verminderd tot € 2.250 wegens disproportionaliteit en undue delay