ECLI:NL:CBB:2011:BU9590
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- B. Verwayen
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes voor overtreding rookverbod in horecagelegenheid door medevennoot vof
In deze zaak ging het om vier boetes van elk €300 die aan appellant, medevennoot van een vennootschap onder firma, waren opgelegd wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. De boetes betroffen het niet treffen van maatregelen om werknemers te beschermen tegen hinder of overlast van roken in het horecabedrijf.
De inspecties vonden plaats op verschillende data in 2008 en 2009, waarbij werd vastgesteld dat er in het café werd gerookt terwijl werknemers aanwezig waren. Appellant voerde onder meer aan dat het gehele lokaal als rookruimte moest worden aangemerkt, dat hij niet telefonisch mocht worden gehoord, dat de boetes ten onrechte alleen aan hem waren opgelegd en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
Het College oordeelde dat het café geen rookruimte was zoals bedoeld in het Besluit, dat de boetes een wettelijke basis hadden, dat de vastgestelde hinder en overlast voldoende waren bewezen, en dat het niet toestaan van telefonisch horen niet onjuist was. Ook was het opleggen van boetes aan de medevennoot correct omdat de vof toen nog geen rechtspersoonlijkheid had. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat het onderscheid gebaseerd was op het al dan niet in dienst hebben van werknemers.
Het College bevestigde de bestreden uitspraken van de rechtbank en liet de boetes in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes van €300 per overtreding wegens het niet naleven van het rookverbod en wijst het hoger beroep af.