ECLI:NL:GHSHE:2009:BI6307
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Mellema-Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afstorting pensioen en lijfrente na echtscheiding met beperkte gemeenschap van goederen
In deze civiele zaak staat de financiële afwikkeling van het huwelijk centraal, met name de afstorting van pensioen en lijfrente die de man in eigen beheer heeft opgebouwd via zijn vennootschap Nefa B.V. De vrouw vordert afstorting van haar aanspraken, waaronder het bijzonder nabestaandenpensioen. De man voert diverse grieven aan tegen het eerdere vonnis, waaronder de peildatum van de pensioenrechten en de afstortingsverplichting.
Het hof oordeelt dat de peildatum voor de pensioenrechten de datum van ontbinding van het huwelijk (26 april 2005) is, niet 31 december 2003 zoals de man stelt. Ook corrigeert het hof een fout in de berekening van het pensioenbedrag vanwege een verkeerde verzekeringspolis. De vordering van de vrouw tot afstorting van het nabestaandenpensioen wordt toegewezen, met de kanttekening dat dit pensioen voorwaardelijk is en alleen uitkeert bij overlijden van de man vóór de vrouw.
De man mag de afstorting opschorten totdat het transport van de echtelijke woning heeft plaatsgevonden, omdat het pensioengeld daarin is belegd en de koopsom nog niet is ontvangen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf een maand na het transport. Verder wijst het hof de vordering van de man tot verrekening van een rekening-courantschuld toe, maar benadrukt dat dit geen verrekening is in de zin van het BW. De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Man moet binnen een maand na transport van de woning gecorrigeerde pensioen- en lijfrentebedragen storten bij een verzekeringsmaatschappij, met verrekening van schuld en wettelijke rente.