ECLI:NL:HR:2004:AO1289
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vordering tot veiligstelling pensioenrechten na echtscheiding bij eigen beheer pensioenfonds
De vrouw, ex-echtgenote van de directeur en enig aandeelhouder van een BV, vordert dat de BV het kapitaal afzondert en stort bij een door haar aan te wijzen levensverzekeringsmaatschappij ter dekking van haar pensioenrechten, waaronder het vereveningsdeel van het ouderdomspensioen en het bijzonder weduwenpensioen. De BV beheert het pensioen in eigen beheer, waardoor de uitvoeringsplicht van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) niet van toepassing is.
De rechtbank wijst de vordering toe, maar het hof vernietigt dit en wijst de vordering af, stellende dat de BV niet verplicht is tot de gevorderde voorziening en dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen de vrouw en haar ex-man bepalend zijn. De vrouw stelt cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de toewijsbaarheid van de vorderingen niet uitsluitend afhangt van de verhouding tussen de ex-partners, maar ook van de verhouding tussen de BV als uitvoerder van de PSW en de vrouw als vereveningsgerechtigde. De gedragingen van de BV, beheerst door de ex-man, kunnen onverenigbaar zijn met de verantwoordelijkheden van de BV jegens de vrouw. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de eisen van redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen de vrouw en de BV centraal moeten staan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met nadruk op de verhouding tussen de BV en de vrouw.