ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ1032
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid voorkeursrecht en wijst boete toe na schending
In deze zaak staat centraal de vraag of het voorkeursrecht dat [X]-Kombex in 1984 van [Y]-[vestiging] verkreeg rechtsgeldig is en of de boete wegens schending daarvan terecht is toegewezen. [X]-Kombex kocht een perceel met bedrijfsgebouwen en kreeg een voorkeursrecht voor toekomstige aankopen van resterende percelen. [Y]-[vestiging] verkocht in 1998 een deel van deze percelen aan een derde zonder [X]-Kombex hiervan op de hoogte te stellen, wat leidde tot een geschil over de boete.
Het hof oordeelde dat het beroep van [Y]-[vestiging] op onbevoegde vertegenwoordiging wegens tegenstrijdig belang van haar bestuurder niet voldoende was onderbouwd en dat het voorkeursrecht daarom rechtsgeldig is. Tevens werd overwogen dat de rechtbank ten onrechte de boete matigde tot € 22.689,01, terwijl het overeengekomen bedrag van € 113.445,05 toewijsbaar is, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 december 1999.
De uitspraak bevestigt dat de contractuele boete bedoeld is als prikkel tot nakoming van het voorkeursrecht en dat matiging alleen mogelijk is bij buitensporige en onaanvaardbare uitkomsten, wat hier niet het geval was. [Y]-[vestiging] werd veroordeeld tot betaling van de boete, rente en proceskosten, terwijl haar vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de volledige contractuele boete van € 113.445,05 toe aan [X]-Kombex, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 december 1999, en veroordeelt [Y]-[vestiging] in de proceskosten.