ECLI:NL:GHSHE:2009:BK0354
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Teeffelen
- Draijer-Udo
- Philips
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking alimentatieovereenkomst
De vrouw was in eerste aanleg gescheiden van de man en vorderde vernietiging of wijziging van een alimentatieovereenkomst van 21 mei 2003, stellende dat zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst leed aan een geestelijke stoornis. De rechtbank Maastricht stelde een bewijsopdracht aan de vrouw om haar stellingen te onderbouwen en hield verdere beslissing aan.
De vrouw stelde in hoger beroep dat de appelmededeling op de beschikking van de rechtbank als een beslissing van de rechter moest worden opgevat, waardoor tussentijds appel mogelijk zou zijn. Het hof oordeelde echter dat deze mededeling een griffiermededeling was en niet van de rechter afkomstig, en dat partijen niet mochten aannemen dat tussentijds appel was toegestaan zonder expliciete rechterlijke beslissing.
Het hof verwees naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en benadrukte dat de vrouw de mogelijkheid had om de rechtbank te verzoeken tussentijds appel toe te staan, maar dit niet heeft gedaan. Daarom verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de tussenbeschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de tussenbeschikking van de rechtbank.