ECLI:NL:GHSHE:2009:BL0293
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Milar
- Mellema-Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Toewijzing van de helft van de overwaarde van de echtelijke woning op grond van huwelijkse voorwaarden
In deze civiele zaak stond de uitleg en toepassing van een beding in de huwelijkse voorwaarden centraal, waarin was bepaald dat de echtelijke woning gemeenschappelijk zou zijn. De woning was tijdens het huwelijk gekocht en stond alleen op naam van de man, maar de hypotheek was op naam van beiden gesteld. De vrouw vorderde vergoeding van de helft van de overwaarde van de woning.
De man stelde dat de woning uitsluitend zijn eigendom was vanwege afspraken met zijn ouders en dat het beding slechts een intentieverklaring was. Het hof verwierp deze stellingen omdat de bepalingen in huwelijkse voorwaarden in beginsel bindend zijn en de man geen concrete overeenkomst tussen partijen kon aantonen die hiervan afweek. Ook een stilzwijgende overeenkomst werd niet aangenomen.
Het hof oordeelde dat de woning, in de verhouding tussen partijen, als gemeenschappelijk moet worden beschouwd en dat de vrouw aanspraak heeft op de helft van de overwaarde. Daarnaast werd een geschil over een schuld aan een vennootschap onder firma behandeld, waarbij het hof oordeelde dat de vrouw niet hoefde mee te betalen aan een schuld die voortkwam uit opnames voor het huishouden.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover de man aan de vrouw € 78.997,- moest betalen, en het hof veroordeelde de man tot betaling van € 2.825,50 plus € 85.991,50 aan de vrouw, uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man is veroordeeld tot betaling van € 2.825,50 en € 85.991,50 aan de vrouw, uitvoerbaar bij voorraad.