ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1897
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap en bron van inkomen bij bedrijfsactiviteiten in China
Belanghebbende verrichtte bedrijfsadviezen, bemiddeling, marktonderzoek en vertaalwerkzaamheden voor ondernemingen die zaken doen met China. Hoewel zij met deze activiteiten geldelijk voordeel beoogde, was in geschil of dit voordeel redelijkerwijs te verwachten was en daarmee een bron van inkomen vormde.
Het hof stelde vast dat de feiten en omstandigheden per eind 2001 maatgevend waren. Uit de cijfers over 1996 tot en met 2001 bleek dat de resultaten steeds negatief waren, zonder dat belanghebbende feiten had aangevoerd die een verbetering van de bedrijfsresultaten in de toekomst aannemelijk maakten. Een vordering uit een gerechtelijke procedure werd als incidenteel en onvoldoende voor een positieve winstverwachting beoordeeld.
Belanghebbende voerde aan dat markttoegang beperkt was door oneerlijke mededinging en dat zij een nieuwe brancheorganisatie oprichtte om dit te verbeteren, maar dit was onvoldoende onderbouwd. Het hof volgde de Inspecteur en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees het hof op mogelijkheden tot verrekening van kosten over voorgaande jaren bij toekomstige winstgevendheid.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat geen reële objectieve winstverwachting bestond in 2001.