ECLI:NL:GHSHE:2010:BO6688
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Schaafsma-Beversluis
- Mertens-Steeghs
- Bijleveld-van der Slikke
- Rechtspraak.nl
Vader zonder gezag niet ontvankelijk in hoger beroep tegen machtiging uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een vader tegen de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige zoon, die sinds juni 2009 onder toezicht staat en in een pleeggezin verblijft. De vader heeft geen ouderlijk gezag en heeft de zoon sinds maart 2008 niet meer in gezinsverband verzorgd of opgevoed.
De vader betwist de ontvankelijkheid van het hoger beroep niet, maar stelt dat hij tot de kring van opvoeders behoort en vraagt om onderzoek naar zijn opvoedkundige vaardigheden. De stichting Bureau Jeugdzorg en de moeder betwisten dit en stellen dat de vader niet over voldoende opvoedingscapaciteiten beschikt en dat het belang van het kind voorop staat.
Het hof oordeelt dat de vader, omdat hij niet met het gezag is belast en het kind niet als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv Pro kan worden aangemerkt. Hierdoor is hij niet ontvankelijk in zijn hoger beroep en wordt de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Het hof benadrukt dat de stichting zich moet inspannen om de contactwens van de vader met het kind op een goede wijze te begeleiden, ondanks de niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.