ECLI:NL:GHSHE:2010:BP3317
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van winst uit onderneming en aftrekposten bij eenmanszaak
Belanghebbende, een eenmanszaak, sloot een overeenkomst met een makelaarskantoor voor interim-management en makelaardijdiensten. Voor de periode juli tot en met december 2000 factureerde hij € 30.507, welke in 2001 werd ontvangen. Het geschil betrof de fiscale behandeling van deze inkomsten en de aftrekbaarheid van kosten.
Het hof constateerde dat belanghebbende geen aangifte had gedaan, waardoor artikel 27e AWR van toepassing was. Op grond van artikel 22 lid 1 Wet Pro IB 1964 behoren de inkomsten tot de winst uit onderneming, ook als er sprake zou zijn van een dienstbetrekking. Het hof stelde vast dat het kasstelsel werd gevolgd en dat het bedrag ten onrechte in 2000 was belast in plaats van 2001.
Verder oordeelde het hof dat belanghebbende recht had op zelfstandigenaftrek en investeringsaftrek, maar dat de door hem opgevoerde kosten niet aannemelijk waren als zakelijke kosten. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 28.590. De boete wegens het niet tijdig indienen van de aangifte werd gehandhaafd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar dit werd als voldoende compensatie gezien.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Het cassatieberoep bij de Hoge Raad werd reeds afgedaan. Deze uitspraak betreft een belangrijke fiscale toetsing van de winst uit onderneming en aftrekposten bij eenmanszaken.
Uitkomst: De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 28.590 en belanghebbende kreeg recht op zelfstandigenaftrek en investeringsaftrek, terwijl de boete gehandhaafd bleef.