ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ0439
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.J. van Muijen
- J.G. Verseput
- W.A. Sijberden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ambtshalve belastingaanslag op basis van drugshandelinkomsten
Belanghebbende was in 1999 gedetineerd toen de ambtshalve aanslag op zijn inkomstenbelasting werd opgelegd, gebaseerd op inkomsten uit handel in soft- en harddrugs. Het hof oordeelt dat de aanslag tijdig is opgelegd omdat de inspecteur binnen een maand na opzegging van een afspraak met de advocaat aanslag oplegde en correspondentie aan de echtgenote, die op hetzelfde adres woont, mocht worden gericht.
Belanghebbende had geen vereiste aangifte gedaan, waardoor toepassing van artikel 27e AWR gerechtvaardigd is. De aanslag is gebaseerd op redelijke schattingen van de FIOD en niet disproportioneel. Tevens is geen passiefpost ten laste van de winst 1999 toegestaan voor een toekomstige ontnemingsvordering, omdat deze pas in 2000 is aangezegd en nog wordt bestreden.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep ongegrond en wijst vergoedingen van griffierecht en proceskosten af. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ambtshalve aanslag bevestigd.