ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ1532
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag wegens vervreemding aanmerkelijk belang bij optierechten
Belanghebbende, werknemer van C NV, verkreeg in 1998 optierechten op aandelen B van C NV. In november 1999 sloot hij een overeenkomst waarin hij afstand deed van zijn uitoefenrechten, waarvoor hij in januari 2000 een vergoeding ontving. De inspecteur kwalificeerde dit als vervreemding van een aanmerkelijk belang en legde een navorderingsaanslag op.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van soortaandelen en daarmee een aanmerkelijk belang, en dat de afstand van optierechten een vervreemding vormde. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat geen sprake was van soortaandelen, dat de optierechten formeel bleven bestaan en dat hij mocht vertrouwen op een andere fiscale behandeling.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank: de aandelen A en B waren verschillend door verschillende vermogensrechten, waardoor sprake was van soortaandelen en een aanmerkelijk belang. De afstand van optierechten werd als vervreemding aangemerkt. Het beroep op een lagere waardering van de vergoeding en op opgewekt vertrouwen faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.