Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 609602-VV-10-92)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
“Ik kom maandag werken”.Partijen hebben daarna nog telefonisch contact met elkaar gehad.
‘Ik kom maandag werken’. Tussen partijen is verder niet in geschil dat hierna op 23 april 2010 tussen partijen een telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Partijen verschillen van mening over de inhoud van dit telefoongesprek en over de vraag of [geïntimeerde] na dit gesprek al dan niet mocht aannemen dat [appellante] beter was en inderdaad maandag 26 april 2010 zou komen werken. Het hof is voorshands van oordeel dat zelfs indien moet worden aangenomen dat [geïntimeerde] ervan mocht uitgaan dat [appellante] beter was en op 26 april 2010 weer aan het werk zou gaan, hij niet tot ontslag op staande voet had mogen overgaan toen [appellante] desondanks op 26 april 2010 niet op het werk verscheen. Hierbij is van belang dat [geïntimeerde] tijdens het pleidooi in hoger beroep heeft verklaard dat hij die maandag 26 april 2010 nog telefonisch contact met [appellante] heeft gehad en dat zij in dat gesprek aangaf dat zij zich niet lekker voelde. Op dat moment was het voor [geïntimeerde] een gegeven dat [appellante] zich arbeidsongeschikt achtte en om die reden niet op het werk was verschenen. Indien [geïntimeerde] twijfelde aan de arbeidsongeschiktheid van [appellante] , had hij hiernaar onderzoek moeten laten doen door de bedrijfsarts in te schakelen. Een ontslag op staande voet was in deze omstandigheden niet op zijn plaats.
‘mr.’als de zinsnede
‘advocaat, beroepsopleiding 01-04-2010’onjuist zijn omdat [appellante] in april 2010 nog niet was afgestudeerd aan de universiteit en op dat moment evenmin aan de beroepsopleiding advocatuur was begonnen. De vermelding van deze onjuiste informatie is onzorgvuldig van de zijde van [appellante] , óók tegenover [geïntimeerde] . Het hof is echter voorshands van oordeel dat op het moment dat [geïntimeerde] deze vermelding ontdekte - blijkens mededelingen van [geïntimeerde] op de zitting in hoger beroep op 26 april 2010 - hij [appellante] hierop had moeten aanspreken en haar eventueel had moeten sommeren om deze informatie aan te passen. Een ontslag op staande voet was naar het voorlopige oordeel van het hof in de gegeven omstandigheden niet op zijn plaats.