ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4341
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Th.A. Pouw
- C.E.M. Renckens
- E.K. Veldhuijzen van Zanten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet afgerond minnelijk traject
Appellanten verzochten de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 285 Faillissementswet Pro. Uit hun verklaringen bleek een gezamenlijke schuldenlast van circa €431.500, waarvan een groot deel aan DSB financieringen. De rechtbank verklaarde hen niet-ontvankelijk omdat het minnelijk traject pas na het indienen van het verzoekschrift was gestart, terwijl dit volgens de wet vooraf afgerond moet zijn.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de rechtbank ten onrechte uitging van de datum van indiening van het verzoekschrift en dat de hersteltermijn bedoeld is om ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. Zij stelden dat het minnelijk traject wel was gestart en dat een buitengerechtelijke schuldregeling niet verplicht is. Het hof oordeelde echter dat de niet-ontvankelijkverklaring moet worden gezien als een afwijzing waartegen hoger beroep openstaat en verklaarde appellanten ontvankelijk.
Het hof stelde vast dat de wet vereist dat een met redenen omklede verklaring over het minnelijk traject in het verzoekschrift moet zijn opgenomen en dat dit traject voltooid moet zijn vóór het verzoek. De parlementaire geschiedenis ondersteunt dit strenge toelatingsbeleid. Appellanten hadden pas na indiening van het verzoek een minnelijk akkoord aangeboden, waardoor het verzoek niet ontvankelijk was. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en liet de mogelijkheid open om later een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun verzoeken om toelating tot de schuldsaneringsregeling omdat het minnelijk traject niet voorafgaand aan het verzoek was afgerond.