ECLI:NL:GHSHE:2011:BT8237
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.W.J. Huige
- M. van Dun
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van kosten bij winst uit productie en handel in verdovende middelen
Belanghebbende was veroordeeld voor leidinggeven aan een criminele organisatie die xtc-pillen produceerde en verhandelde. De Belastingdienst stelde navorderingsaanslagen op voor de jaren 2001 tot en met 2004, waarbij de winst uit deze illegale activiteiten werd vastgesteld en gecorrigeerd met niet-aftrekbare kosten.
Het geschil betrof de vraag of de kosten die verband houden met de productie en handel in verdovende middelen aftrekbaar zijn, de hoogte van deze kosten en de rechtmatigheid van de opgelegde vergrijpboete. Belanghebbende voerde aan dat deze kosten aftrekbaar moesten zijn omdat hij het wederrechtelijk verkregen voordeel al had terugbetaald.
Het Hof oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor niet-aftrekbaarheid van kosten verbonden aan criminele activiteiten, ondanks mogelijke dubbele heffing, om de rechtsorde te handhaven. De rol van belanghebbende als leider in de criminele organisatie werd bevestigd, waardoor zijn stelling van een marginale rol werd verworpen.
De niet-aftrekbare kosten werden door het Hof vastgesteld op circa €109.000 verdeeld over de jaren 2001 tot en met 2004. De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €99.037. De vergrijpboete werd gehalveerd tot 50%. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten van de bezwaar- en beroepsprocedures tegemoetgekomen en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de eerdere uitspraken, vermindert de navorderingsaanslag en boete, en kent proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.