ECLI:NL:GHSHE:2011:BT9089
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over heffingsbevoegdheid Nederland inzake lijfrente-uitkering aan inwoner Thailand
Belanghebbende, woonachtig in Thailand, ontvangt een lijfrente-uitkering van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij waarop loonheffing is ingehouden. De inspecteur weigerde teruggaaf van deze inhouding na afloop van een eerder afgegeven vrijstellingsverklaring.
Het geschil betreft of Nederland op grond van het belastingverdrag met Thailand heffingsbevoegd is over deze lijfrente-uitkering en of belanghebbende vertrouwen mocht ontlenen aan eerdere uitlatingen van de staatssecretaris en de inspecteur.
Het Hof stelt vast dat de lijfrente-uitkering ten laste komt van de winst van de Nederlandse verzekeraar, waardoor Nederland heffingsbevoegd is volgens artikel 18, tweede lid, van het verdrag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat eerdere verklaringen expliciet waren beperkt in tijd en niet zagen op lijfrenten maar op pensioenen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en Nederland is heffingsbevoegd over de lijfrente-uitkering.