ECLI:NL:GHSHE:2011:BU4882
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- Bijleveld-van der Slikke
- O.G.H. Milar
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheiding met nevenvoorzieningen en gewone verblijfplaats volgens Brussel II-bis
De vrouw en man zijn in 2002 in Nederland gehuwd en hebben drie kinderen. De vrouw diende in 2009 bij de rechtbank Maastricht een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen in. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd vanwege het niet voldoen aan het zesmaandencriterium van artikel 3 lid 1 sub a van Pro Verordening Brussel II-bis.
De vrouw voerde in hoger beroep aan dat zij op het moment van indiening haar gewone verblijfplaats in Nederland had of deze tijdens de procedure had verkregen, en dat één van de kinderen in Nederland woonde, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd zou zijn. Tevens stelde zij dat de rechtbank haar onbevoegdheidsbeslissing niet tijdig had aangekondigd, wat een verrassingsbeslissing zou zijn.
Het hof oordeelde dat de vrouw pas één maand vóór indiening haar gewone verblijfplaats in Nederland had en dat het zesmaandencriterium niet was vervuld. Andere bevoegdheidsgronden uit Brussel II-bis waren niet van toepassing. De rechtbank had geen verrassingsbeslissing genomen, aangezien partijen zich over bevoegdheid hadden kunnen uitlaten en de rechtbank dit eerder had aangegeven.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Maastricht van 2 februari 2011 die zich onbevoegd verklaarde. De vrouw kon niet aantonen dat de Nederlandse rechter bevoegd was om van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen kennis te nemen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is omdat de vrouw niet voldoet aan het zesmaandencriterium van artikel 3 Brussel II-bis.